tvormig_klein

De T-vormige ingenieur

De groeiende stroom aan meer integrale projecten maakt het noodzakelijk dat de technische opleidingen steeds breder worden. In mijn inaugurele rede vorig jaar meldde ik dat de maatschappij behoefte heeft aan T-vormige ingenieurs: ingenieurs die niet alleen diepgaande kennis hebben van een specialistisch onderwerp, maar daarnaast ook een brede basis, om aan te kunnen sluiten bij andere disciplines.

Je ziet dat veel opleidingen geneigd zijn hun eigen vakgebied in hokjes op te delen. Dat wordt ook vaak gewaardeerd; we leiden hier immers wetenschappers op. Inhoudelijke specialisten moeten diep kunnen gaan om te innoveren en artikelen kunnen schrijven in specialistische papers. Dat is in de academische wereld belangrijk, willen we geld loskrijgen voor fundamenteel onderzoek. Met een integrale achtergrond is het lastiger in de, doorgaans specialistische, topjournals te publiceren.

Meer dan asfaltsommetjes
Tegelijkertijd zijn we ons er steeds meer van bewust dat vraagstukken integraler worden en dat opdrachtgevers steeds meer oog hebben voor de maatschappelijke toegevoegde waarde van een project. Denk aan eisen of ambities op het gebied van duurzaamheid of het bestrijden van demografische krimp. Omgevingsmanagement, gebiedsontwikkeling, maar ook co-creatie en co-financiering zijn zaken waarmee je tegenwoordig in grote infrastructurele projecten als ingenieur te maken krijgt. Als je heel goed bent in asfaltsommetjes maken, staan dat soort ontwikkelingen vaak heel ver van je af.

Die integratie vindt niet alleen plaats tussen disciplines, maar ook doordat aannemers steeds vaker de vraag krijgen om verticaal te integreren. Het gaat niet alleen meer om de uitvoering, maar ook om ontwerp en beheer. En daar komen misschien ook nog zaken bij als communicatie en vergunningverlening. Je moet dus een grotere tijdspanne overzien, daar een prijs bij zetten en steeds meer van die omgevingscomponenten meenemen. Degene die dat integrale pakket het beste weet te optimaliseren en te managen, is de winnaar.

De ‘T’
Het betekent dat zelfs inhoudelijke specialisten in een ontwerpteam moeten samenwerken met andere disciplines en begrijpen wat die samenwerking voor hun eigen specialisme betekent. Daarom vragen wij van al onze studenten een bredere blik dan ooit. Iedere ingenieur moet een zekere ‘T’ hebben, op zijn minst ter breedte van een speldenknop.

Een jaar of zes geleden hebben wij dan ook, samen met de universiteiten van Eindhoven en Twente, een master Construction Management & Engineering (CME) opgezet, die opleidt voor een breed georiënteerde ingenieur. Die is bedoeld voor studenten met een bachelor in Bouwkunde, Civiele Techniek of Technische Bestuurskunde. De opleiding is in Delft vooral gericht op het realiseren van nieuwe infrastructuur en het op niveau houden en ontwikkelen van de performance van bestaande infrastructuur (asset management). Studenten leren iets over financiering, juridische zaken, projectmanagement, omgevingsmanagement, integraal ontwerpen, organisatietheorie, bedrijfskunde, etc. Zes jaar geleden gingen we van start met 7 studenten. Dat aantal verdubbelde elk jaar en nu is CME met zo’n 200 studenten een van de grootste masters van deze faculteit.

Er is dus een groeiende belangstelling voor integraliteit. Al zal het niet zo snel gebeuren dat de scheidslijnen tussen de opleidingen helemaal wegvallen. Wel bekijken we hoe we een soort ‘CME-track’ kunnen toevoegen aan iedere afstudeerrichting en bijvoorbeeld Civiel meer kunnen laten samenwerken met Bouwkunde.

In 2014 gaan we op zoek naar hoe ontwerpen vanuit verschillende omgevingen tot stand komen, dus hoe een landschapsarchitect of een gebiedsontwikkelaar of een waterbouwer of een wegenbouwer of een industrieel ontwerper het doet. Als je die bij elkaar brengt, wat zijn dan de verschillen in de talen die ze spreken en wat zijn de verschillen in methodiek? Daarmee gaan we de komende twee jaar TU-breed aan de slag, met een aantal mensen van Bouwkunde, Civiele Techniek en zelfs Industrieel Ontwerpen en Lucht- en Ruimtevaart. Het doel is dat zij echt in een team geïntegreerd leren samenwerken, dus niet langer multidisciplinair, de specialisten allemaal om de beurt laten komen en dan hun oplossingen één voor één inpluggen, maar echt interdisciplinair en dus integraal. Ik verwacht dat daar ook echt betere projecten uit komen.

Om deze interdisciplinaire aanpak in de praktijk te testen, zijn we op zoek naar proefprojecten. Zoals bijvoorbeeld de aanleg van de nieuwe Rotterdamse Baan, een tunnel die vanuit de A13 knooppunt Ypenburg naar de Binckhorst in Den Haag gaat. Daarvan willen we de meest duurzame tunnel van op z’n minst Europa maken en ben ik vanuit gemeente Den Haag ondersteund door COB, voorzitter van het expertteam duurzaamheid.

Geen openluchtmuseum
Ik hoop dat meer politici en opdrachtgevers zoals de gemeente Den Haag met dergelijke vérgaande ambities hun nek durven uit te steken. Daar hebben wij als BV Nederland namelijk behoefte aan; willen we niet het openluchtmuseum van de wereld worden. Kijk naar China, daar werken universiteiten en bedrijfsleven erg goed samen, ook in concrete projecten. Daar hebben ze meer een praktische inslag, terwijl wij in Nederland nog vooral worden afgerekend op papers schrijven en hoog in de rankings komen, ook belangrijk, maar dat is niet het enige. Net als met de waterbouw moeten we ook met andere infrastructuur en mobiliteit voorop blijven lopen en internationaal aanzien verwerven met een gerenommeerd exportproduct. Ik zie geen nieuw Delta-programma meer, maar wel grootschalige vervangingen waarmee we binnenkort aan de gang kunnen en waar we ons kunnen richten op duurzame en integrale oplossingen. Dat kan alleen als we ‘T-shaped’ ingenieurs afleveren, maar ook de kans krijgen om de nieuwe innovatieve aanpak in de praktijk te brengen, bijvoorbeeld door meer in allianties samen te werken en te zorgen dat PPS-projecten nu echt van de grond komen.

Integraal werken | Beheer en Onderhoud | Asset Management

plaats een reactie