Uit de schaduw van de energiereus

Uit de schaduw van de energiereus

Terwijl de traditionele energiebedrijven steeds verder globaliseren, ontstaat er een beweging van onderop die energie duurzaam en lokaal wil produceren. Niet vanuit een geitenwollen-sokken-overtuiging, maar vanuit de behoefte aan betaalbare energie, die dichtbij de bron en de consument wordt gebruikt en geproduceerd. De overheid zou dergelijke kleinschalige initiatieven moeten ondersteunen. Want een half jaar na het energie-akkoord is er nog steeds niets gebeurd om de groeiende achterstand in te halen die Nederland heeft bij de verduurzaming van de energieproductie. Wat er in Duitsland jaarlijks alleen al bij komt aan windmolens, is net zo veel als Nederland in zijn totaliteit aan capaciteit voor zonne- en windenergie bezit.

De energiewereld ziet er in Nederland dan ook vrij traditioneel uit, met enkele grote spelers die onderdeel zijn van internationale bedrijven. Alles is geglobaliseerd en dat maakt ons kwetsbaar. Wat dat betreft verschilt de energiewereld niet van de bankenwereld of de verzekeraars. De grote energiebedrijven hebben zich in de vingers gesneden bij de aankoop van nationale energiebedrijven her en der in Europa. Zo heeft RWE 13 miljard betaald voor Essent, terwijl dat bedrijf nu nog maar zo’n 3 miljard waard is. Binnen een paar jaar is 10 miljard verdampt. Dat geld is gefinancierd en moet worden terugbetaald. Er is dus geen geld over om te investeren in verduurzaming van het areaal en dat zal er voorlopig ook niet komen. Dit jaar opent RWE zelfs nog een nieuwe kolencentrale. Dat zegt genoeg!

Ik voorspel zelfs dat in 2020 minimaal de helft van de grote energiereuzen is omgevallen. En dat zou wel eens een crisis kunnen opleveren die in omvang de bankencrisis overtreft, waarbij overheidssteun onvermijdelijk zal zijn om de leveringszekerheid te waarborgen. Tenminste, als we met zijn allen afhankelijk blijven van ‘grijze’ energie.

Kleinschaligheid werkt
Daar tegenover staat een trend naar kleinschaligheid en lokaliteit. Dat zie ik op meerdere gebieden: mensen willen weer zicht op wat de bank met hun spaargeld doet, weten waar hun eten vandaan komt en zelf energie opwekken op een groene manier. Vergroening begint echter bij het energiezuinig maken van onze huizen. Door energie te besparen, behalen we de eerste winst. Zelf energie opwekken is de logische volgende stap. Daarna hoef je nog maar af en toe minimale hoeveelheden energie in te kopen van een energiemaatschappij. Het betekent dat we met een geringe groene energieproductie, die nu misschien net 80.000 huishoudens van stroom kan voorzien, misschien wel voldoende hebben voor 300.000 of zelfs 500.000 huishoudens. Dat blijkt uit onze eigen berekeningen.

Dus waar de grote energiemaatschappijen ons willen voorhouden dat duurzame energieproductie geen leveringszekerheid biedt, stel ik dat die leveringszekerheid alleen maar in gevaar komt als we van diezelfde energiereuzen afhankelijk blijven. Het huidige systeem is natuurlijk ook gek: we zetten in de hoeken van ons land grote vervuilende energiecentrales neer en al die elektriciteit moet dan via kabels naar alle steden en dorpen midden in ons land toe. Als een grote centrale uitvalt, heeft heel Nederland een probleem. Als je lokaal energie maakt, hoef je het niet ver te transporteren. Dan zijn die enorme kabels en infrastructuur overbodig.

Wat wel nodig is om dit mogelijk te maken, is een organisatie die de regie op zich neemt en de financiering regelt, omdat de investeringen voor individuele huishoudens te hoog zijn. We hebben de proef op de som genomen in Overdinkel. Daar hebben we op basis van zonne-energie vier all electric huizen opgeleverd, in samenwerking met een plaatselijk bouwbedrijf en een woningcorporatie. Het gaat om huizen voor mensen met een minimuminkomen; die gaan er 125 euro per maand op vooruit dankzij een lagere energierekening. De woning zelf is van de woningcorporatie en het dak is van ons. Samen zorgen we ervoor dat de huurders ruimte, comfort en energie krijgen, terwijl de energieprijs de komende 30 jaar vaststaat.

Deze all electric huizen leveren meer energie dan ze gebruiken. De opgewekte energie komt ten goede aan de bewoners. Energie die ‘over’ is, zetten we niet op het net voor een schamele 4 of 5 cent per kWh. Die gebruiken we om een elektrische auto mee op te laden, die de bewoners met zijn vieren delen. Hun huizen krijgen met andere woorden ook nog eens voor 10.000 kilometer per jaar aan duurzame mobiliteit erbij. Zo wordt je huis ineens een tankstation!

Ik denk dat dit systemen voor de toekomst zijn, die onze kijk op duurzame energie ingrijpend zullen veranderen en de acceptatie ervan zullen vergroten. Het gaat niet langer om speeltjes van de groene denkers, maar om een way of life. Op grotere schaal is duurzame energie ook niet alleen maar interessant vanwege het milieu, maar juist om onafhankelijkheid, vrede en veiligheid in Europa te garanderen. We hoeven niet langer oorlogen te voeren om energie. We hoeven ook niet langer in Sotsji op de knieën voor meneer Poetin, alleen omdat Rusland anders misschien de gaskraan dichtdraait. De overheid moet dan ook omwille van de leveringszekerheid, vrede en veiligheid serieus werk gaan maken van de stimulering van duurzame energie. Ze kan met vergunningen, subsidies e.d. de kaders scheppen om duurzaam bouwen te stimuleren.

Stuwmeer van verouderde huizen
Om de lokale productie van duurzame energie daadwerkelijk succesvol te maken, is bovendien een breed samenwerkingsverband noodzakelijk. Je hebt behalve bouwers ook netbeheerders nodig, energieleveranciers, financiële partijen, etc. Er is niet langer één groot energiebedrijf dat alles op zich neemt. Dat willen de mensen niet meer. Openheid, transparantie en eerlijkheid vinden ze belangrijker dan rendement. Daarmee gaat de duurzame kwaliteit van ons leven omhoog.

Voor de grote bouwbedrijven betekent dit dat ze moeten omschalen naar denken op keukentafelniveau. En dat zal best lastig zijn; als je een bepaalde grootte hebt, kun je heel goed Vinexwijken, utiliteitsgebouwen en grote infrastructurele werken realiseren, maar mis je de skills om bij de mensen thuis te komen praten over hun energievoorziening. Ik vind dan ook een teken van kracht dat een bedrijf als Heijmans dat erkent en op dit gebied ondersteuning zoekt. Daarover zijn we nu in gesprek.

Dat wordt belangrijker dan ooit, nu Nederland een stuwmeer heeft van 2,5 miljoen verouderde huizen. Zonder renovatie zijn ze op termijn onverkoopbaar of rijp voor de sloop. Het is een gigaklus. Naar de woningcorporaties hoeven we hiervoor momenteel niet te kijken; die hebben al genoeg voor de kiezen gehad vanuit Den Haag. Op huisniveau is de financiering ook vaak een probleem. Partijen die in staat zijn zowel bouwtechnische als financiële oplossingen aan te dragen, hebben misschien wél de sleutel in handen om deze markt binnen te slepen. Misschien willen pensioenfondsen, verzekeraars en banken wel in grote renovatieportfolio’s stappen. De overheid wil dat liefst volledig aan de markt overlaten, maar de markt kijkt naar de overheid voor een visie.

Om echter te voorkomen dat we blijven praten over projecten, naar de overheid wijzen en zelf niks doen, wil ik bouwend Nederland bij deze graag uitdagen om met mij aan tafel te gaan om te praten over de realisering van een duurzame wijk die volledig in zijn eigen energiebehoefte voorziet. Zo kunnen we in de praktijk laten zien dat het wél kan en ook nog eens voor hetzelfde geld als nu.

Duurzaamheid | Energie

1 reactie

  1. Sterre & stad -

    Fijn om een artikel te lezen waarin echte daadkracht boven mooie ideeën staat en werkzame plannen- welke misschien een omslag nodig hebben wel hoop geven.

plaats een reactie