Heijmans_Ingenieursschap_EstherAarts635x300

Ingenieurschap opent nieuwe paden

Creativiteit en techniek gaan hand in hand. Dat is mijn overtuiging. Ik doe echt ingenieurswerk, maar ik doe het op een plek waar je geen ingenieurs verwacht, bij het modemerk G-Star. Het is een werkgebied dat veel jonge mensen aanspreekt. En dat is denk ik ook de reden waarom ik in 2013 ben gekozen tot Ingenieur van het Jaar, om de boodschap uit te dragen dat je als ingenieur overal terecht kunt.

Bij G-Star belandde ik min of meer toevallig, toen ik in 2004 voor mijn studie Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft een stageplaats zocht. Op een dag liep ik door de Kalverstraat en bedacht me dat ik wel van mooie kleren hou, maar niet van winkelen. Ik heb echt geen zin om in zo’n drukke winkel in de rij te staan voor een veel te warme paskamer. Terwijl ik wel tot de doelgroep behoor. Ik heb daarna G-Star benaderd – omdat het een spannend merk is en in Amsterdam zit – met de vraag of ik eens langs mocht komen om na te denken over het aantrekkelijk maken van de winkels? Dat mocht.

Buiten de kaders
Het leuke aan G-Star vind ik dat het een R&D gedreven merk is. Werkelijk alles bij dit bedrijf is R&D en de vraag of we in het budget zouden gaan snijden tijdens de crisis, komt niet eens op. Dat is veelzeggend. Neem onze beursstands. Andere merken ontwerpen eens in de zoveel tijd een mooie stand. Wij denken ieder half jaar opnieuw na over hoe we onze merkvisie kunnen aanscherpen in het nieuwe modeseizoen en hoe we dat kunnen testen. Als ‘prototype’ van deze visie ontwerpen we ieder seizoen (= half jaar) een compleet nieuwe stand van 400 tot 1.400 m². Deze staat 3 dagen lang op de beurs (voorheen was de voornaamste beurs de Bread&Butter Berlin, nu is dat de Uomo Pitti in Florence) waar iedereen van G-Star en al onze klanten langskomen. Daarna wordt hij weer afgebroken. We leggen de lat dus hoog. Zo dwingen we onszelf om innovatief te zijn en te blijven nadenken, en onze klanten daar in te betrekken.

G-Star Ferry

Onze visie werkt door in alles wat we doen. We zijn dan wel een kledingmerk, maar richten ook ons eigen kantoor in en ontwerpen het tot en met onze eigen kantoorstoelen. En we hebben een traditie van crossovers met andere merken: met Vitra hebben we een meubellijn uitgebracht, met Landrover een auto, met Cannondale een fiets. We hebben een boot die in Amsterdam door de grachten vaart en we hebben onze eigen Cava gebrouwen. Dat soort uitstapjes liggen G-Star heel goed. Dit zijn geen ‘uitstapjes’, het is een strategie om geregeld buiten ons eigen domein te stappen, daar met heel goede partners te werken, en zodoende heel veel te leren wat ons eigen vakmanschap vergroot. Daarnaast laten we met de crossovers zien dat ons DNA: functioneel ontwerp + rauwe materialen + ge-engineerd architectonisch design + onconventionele materiaalcombinaties, ook werkelijk universeel is, en niet, juist niet, alleen een ‘fashion-ding’

Gebouwen
Als functioneel merk dat alle facetten van creativiteit binnenshuis houdt, willen we natuurlijk ook zoveel mogelijk invloed hebben op de gebouwen waarin we werken. Als we een winkel openen in een bestaand pand, breken we dat eerst zo ver mogelijk af en beginnen dan opnieuw. Onze winkel op de PC Hooftstraat in Amsterdam is een mooi voorbeeld. Dat was een vrij hoge ruimte met een kleine plattegrond. Wij hebben dat benadrukt door alle verdiepingsvloeren eruit te halen en een soort muizentrappensysteem te bouwen, waardoor behalve de begane grond ook de andere verdiepingsvloeren goed bezocht worden.

Het liefst maak ik mij de ruimte helemaal eigen. Dat geldt voor al onze winkels, maar ook voor ons nieuwe kantoorpand in Duivendrecht. De vorm van het gebouw komt voort uit een visie hoe we willen werken. Geen versieringen, maar één en al functie. We hebben bijvoorbeeld grote glazen ruimtes die naar binnen zijn verschoven en een doorlopend dak met schuifdeuren, waarmee we een soort vliegtuighangar creëren. Bij shows of grote bijeenkomsten doen we de schuifdeuren dicht en hebben we 500m² extra. Ontwerpen voor een bepaalde functie betekent volgens mij juist niet dat dingen droog en saai worden. Het vraagt wel lef van de opdrachtgever, die een goed beeld moet hebben van wat hij of zij met het gebouw wil.

Ik stel overigens bij alles de vraag: is het nou wel echt nodig? Of het nou om een ontwerp voor een kledingstuk gaat, om een auto of een gebouw; mijn ervaring is dat er vaak te veel details op zitten die mensen helemaal niet gebruiken. Dat maakt het ontwerp een ‘soep’ van dingetjes. Door keuzes te maken, krijgen de dingen karakter, doen ze een uitspraak en kun je bovendien efficiënter en gerichter bouwen. Vaak ook nog eens voor een scherpere prijs.

Stelling nemen
Als het om bouwen gaat, hoop ik dan ook dat méér opdrachtgevers stelling durven te nemen, omdat het interessantere gebouwen oplevert, waar mensen ook binding mee hebben. G-Star zal niet over een paar jaar verhuizen naar een ‘beter’ pand. Deze handschoen past ons goed, we zitten hier perfect en het gebouw is zo ontworpen dat het met ons mee kan groeien en ontwikkelen.

Dat ik daarover mag meedenken, heb ik te danken aan mijn ingenieurschap. Met techniek als basis ben je zo vrij en kun je zo veel. Het beheersen van een ambacht creëert zo’n goede basis: je gebruikt je analytische vaardigheden, je creativiteit, je oplossend vermogen. Dat maakt je flexibel en sterk.

Dit geldt niet alleen voor mij. Iedere goede ingenieur is naar mijn idee een creatief, scheppend persoon. Zelfs al zit je heel erg aan de technische kant. Je kunt wel een receptje afdraaien, maar een goede ingenieur stelt telkens weer de vraag: is dit wel goed genoeg? Kan het beter? Op het moment dat je jezelf die vraag stelt, moet je ook de creativiteit en het lef hebben om het daadwerkelijk beter te doen. En anders dan mensen met alleen een vrije, kunstzinnige achtergrond, kan een ingenieur zeggen: we hebben een goed idee, maar ik ga er nu ook een goed product van maken. Hoe complex het ook is. Een complex idee goed managen en de simpelheid in complexe dingen zien, is namelijk precies waar techneuten goed in zijn. Het heeft mij in ieder geval veel gebracht. Nieuwe dingen bedenken, maakt het vak leuk. Het brengt ook onzekerheden met zich mee, maar die openen juist allerlei nieuwe paden, waarvan je misschien niet wist dat ze bestonden!

Innovatie | Branding

1 reactie

  1. Mark Pleijsier -

    Mooi en inspirerend verhaal…en houding!
    Mijn mening is dat achter alles een mate van creativiteit zit om de weg te banen voor een technische oplossing. Tegelijkertijd een wisselwerking. Al raakt de techniek misschien weleens ondergesneeuwd en de creativiteit gesmoord door andere zaken. Ik zie in dit verhaal een pleidooi om ruimte en sfeer vast te houden/te creëren waarbinnen mooie ideeën tot bloei kunnen komen.

plaats een reactie