meander_luisteren-635

Het geluid van een nieuw ziekenhuis

Het nieuwe Meander Ziekenhuis in Amersfoort trekt internationaal de aandacht. Met innovatieve oplossingen om een aangename, ‘genezende’ omgeving te scheppen én efficiënt maar prettig werken mogelijk te maken voor artsen en personeel. In september vorig jaar werd het opgeleverd. Waarna we meteen al de strakke organisatie van de bouwers misten, mede door het feit dat we nu op meerdere plaatsen toegangen moesten maken.

Ineens lag het beheer van het gebouw in handen van onze eigen organisatie en die was er niet echt op voorbereid. Het bouwproces was perfect georganiseerd, maar alles werd ineens veel onoverzichtelijker. Mensen die niet of nauwelijks betrokken waren tijdens de bouwperiode, moesten zich nu bezig houden met het gebouw. En alles in ijltempo, want we hadden vanwege het budget maar drie maanden uitgetrokken voor de inrichting, terwijl je daar normaal zes maanden voor nodig hebt. Daardoor zijn er nu wel nog steeds dingen die niet helemaal af zijn en zaken die anders uitpakken dan we hadden verwacht of die zijn wegbezuinigd.

Confectie versus maatwerk
Het Meander Ziekenhuis bestaat uit drie afzonderlijke onderdelen. We hebben allereerst de hot floor, een afdeling waar de echt complexe afdelingen liggen, zoals OK’s en intensive care. Dan hebben we het zorghotel: vier torens met een soort hotelkamers, maar dan met zuurstof en persluchtaansluitingen. Een derde, meest eenvoudige onderdeel, vormen de kantoren. Er waren dus eigenlijk drie afzonderlijke bouwstromen, waarvoor verschillende eisen golden. Daardoor konden we met budgetten schuiven, méér besteden aan de hot floor en de andere afdelingen wat vrijer uitvoeren, met natuurlijke materialen zoals hout en bamboe. Waarbij het samenspel tussen architect en bouwer belangrijk was om esthetiek en haalbaarheid op elkaar aan te laten sluiten.

Mijn rol in het bouwproces was vooral het optreden als intermediair tussen de gebruikers en ontwerp- en bouwteam, waarbij de kosten niet uit het oog verloren mochten worden. Zie het als het vinden van een middenweg tussen confectie en maatwerk. We hebben de poli’s bijvoorbeeld gebouwd volgens een vast stramien. De ruwbouw en de installaties zijn overal gelijk. Maar de indeling is per vakgebied aangepast aan de wensen en de werkwijze van de specialisten die er zijn gehuisvest. De gedachte daarachter is dat het de patiënt ten goede komt als specialisten en hun medewerkers er prettig werken. Chirurgie heeft bijvoorbeeld drie spreekkamers voor de ontvangst van patiënten; de specialist loopt tussen die drie heen en weer. Een internist zit de hele dag in zijn onderzoekkamer en de patiënten komen naar hem toe. Zo is ieder patroon van een vakgebied vertaald in het gebouw.

Dat vergde veel overleg over de uitvoering. Zeker aangezien we hadden gekozen voor betonkernactivering (verwarming en koeling via de vloer en het plafond). Het betekent bijvoorbeeld dat je niet naar believen kunt boren in het plafond en de vloer, want daar lopen leidingen doorheen. Alle verdiepingen hebben namelijk eenzelfde contour: aanvoer van de leidingen via een grote centrale schacht en via een verlaagd plafond in de gangen de verdeling naar de kamers.

Enthousiast binnen 4 maanden
Dit is een licht, luchtig gebouw, het heeft ruimte en toch voel je je niet verloren. Hier is echt een ‘healing environment’ geschapen: een helende omgeving. De natuur is naar binnengehaald door de grote ramen en de liften bewegen heen en weer in transparante kokers. Dat geeft, als je op de poli komt, ook stressreductie: je hartslag daalt en je voelt je rustiger als je iets leuks hebt om naar te kijken. Zodra mensen zijn afgeleid, zijn ze minder bezig met de vraag “waarom zit ik hier?”.

Ook eenpersoonskamers dragen bij aan het welbevinden van de patiënt. In Amerika zijn ze gemeengoed, hier nog niet. Vooraf waren veel van onze patiënten zelfs ertegen, omdat ze bang waren het contact met de omgeving te verliezen, zeker met een dichte deur. Verplegend personeel protesteerde tegelijkertijd omdat de controle tijdens de nachtdienst veel meer werk zou kosten. Nu, vier maanden later, is echter iedereen enthousiast. Schuifdeuren bij de natte cel geven de verpleegkundige voldoende ruimte om een patiënt te helpen met wassen. En ’s nachts is het mogelijk om te praten of een opname te doen, zonder anderen te storen in hun slaap.

Dankzij de efficiënte lay-out van de kamers, kunnen patiënten naar buiten kijken door de grote lage ramen, of de gang in. Ze hebben de vrijheid om voor privacy te kiezen of voor openheid. Familie kan de hele dag op bezoek komen. En de opnameduur vermindert, want de patiënt rust hier echt uit.

1 op 1 maquette
De bouwer heeft actief meegedacht om het mogelijk te maken, aan te geven wat er kan en wat niet. We hebben daarbij gebruik gemaakt van een 3D model. Het voorkomt veel fouten in een vroeg stadium, maar heeft ons bovendien geholpen om te zien hoe gebruikers het gebouw ervaren. Bijvoorbeeld door de kinderafdeling te bekijken door de ogen van een kind. Zo ontdekten we dat de balie er uitziet als een massieve wand waarlangs het kind omhoog moet kijken. Dat konden we dus op tijd aanpassen. Dat soort processen maakt de leefbaarheid van het gebouw groter.

Maar je ziet niet alles op een beeldscherm. Dus hebben we vooraf bepaalde delen van het ziekenhuis in houten modellen nagebouwd op 1:1 schaal, zoals de eenpersoonskamer, een OK en een verloskamer. En zelfs dan zijn er zaken die pas aan het licht komen als je het gebouw in gebruik neemt. We hebben bijvoorbeeld iets te veel binnenruimtes bij de poli’s. Neurologen zitten de hele dag op hun kamer; sommigen van hen zitten in het midden en hebben geen daglicht. Dat is jammer en hadden we anders moeten doen.

Aan de andere kant zijn er ook zaken die onverwachts wél werken. Zo wilden we een zaaltje maken voor de EHBO shorttrack, waar patiënten met klein letsel sneller worden geholpen. We bedachten het terwijl we al aan het bouwen waren en besloten dat we achteraf alleen een paar muren hoefden uit te breken. Toen onze mensen in het gebouw aan het werk gingen, bleek echter dat het zonder breekwerk prima kon. Dat hadden we van te voren niet kunnen bedenken; je ziet het pas als je er daadwerkelijk rondloopt.

Hakken in het zand
Uiteindelijk denk ik dat het bouwen voor ons één groot communicatie en bewustwordingsproces is geweest. Daarvoor moeten alle partijen elkaar aanvoelen. Integraliteit is het woord: samen boetseren aan de bouw van een nieuw ziekenhuis. Niet los van elkaar dingen doen. Want dan gaat het mis, ontstaat er irritatie, geef je elkaar de schuld en sta je voor je het weet voor de rechter. Ik heb verschillende keren gemerkt dat we tijdens vergaderingen met het bestuur en met specialisten wel eens langs elkaar heen praatten. Dan gaan de hakken in het zand en wordt er flink stennis geschopt. Wat aanvankelijk op een enorme crisis lijkt, blijkt later al te vaak een misverstand te zijn. Als je maar even de tijd neemt om het samen bij een kop koffie te bespreken.

Dat hoort bij dat proces. Je moet niet over één nacht ijs gaan. Gebruikers worden soms ‘lastig’ gevonden in een bouwproces, maar je moet ze vooral de kans geven om hun inbreng te leveren. Open staan voor elkaars meningen én problemen. Dat maakt een gebouw alleen maar beter en daardoor lopen hier tevreden mensen rond.

Zorgsector | Utiliteit

1 reactie

  1. Hugo Majoor -

    Mooi verhaal en in de praktijk zie ik het terug. Mijn pa is een paar keer opgenomen in de afgelopen maand en is dik tevreden. Dat zit in het gebouw, het wekt plezier op. Het is open, ik voel me als bezoeker gemakkelijk thuis, vrij om er rond te wandelen. Deze sfeer merk ik ook bij het personeel: open en hartelijk. Goeie wisselwerking tussen mens en omgeving. Top!

plaats een reactie