spaghetti onder de grond_Heijmans

Spaghetti onder de grond

De maatschappij accepteert niet meer dat straten en trottoirs eindeloos openliggen. En zeker niet dat het meerdere malen achter elkaar gebeurt; voor het gas, voor elektriciteit, voor water, voor het riool en voor de kabelaar. In Spanje en Japan betaal je als aannemer belasting voor elke dag dat een sleuf open ligt en het is een kwestie van tijd voor de Nederlandse gemeenten deze lucratieve inkomstenbron ook ontdekken.

Sleufloze technieken hebben dan ook de toekomst. Door een boring of persing te maken onder de grond, kun je van putje naar putje werken en hoeft niet meer het hele wegdek open. Een probleem is er wel: in stedelijk gebied loopt een ongelofelijke spaghetti aan kabels en leidingen door de grond. Niemand weet precies wat er ligt en waar. Met kennis, historisch onderzoek en grondradar valt nog wel wat informatie te achterhalen, maar de techniek voor het opsporen van ondergrondse leidingen staat in de kinderschoenen. Het gevolg: traditioneel ingraven van kabels en leidingen, met alle overlast voor de omgeving en risico op schade aan kabels en leidingen. Kabel en leidingschade is ook voor Heijmans een duur probleem. Het kost ons ongeveer 2 miljoen euro per jaar. Het slimmer aanleggen van kabels en leidingen kan dus veel geld besparen en goodwill opleveren.

Alleen is de techniek nog niet zoals die zou moeten zijn. De grondradar komt niet dieper dan anderhalve meter en zonder specialistische kennis zijn de resultaten lastig te interpreteren. Dan wordt bijvoorbeeld een boomwortel voor een leiding aangezien en een echte leiding niet herkend. Bij oordeelkundig gebruik van de grondradar in combinatie met het graven van een proefsleuf is echter heel wat ellende te voorkomen. Deze werkwijze maakt het mogelijk om te verifiëren wat er ligt en de aangetroffen leidingen verder onder de grond te volgen.

Mondjesmaat registreren
Overigens zijn aannemers sinds drie jaar verplicht te registreren wat ze aantreffen onder de grond. Op die manier zou de ondergrondse jungle aan kabels en leidingen langzaam maar zeker in kaart worden gebracht. In de praktijk gebeurt dat registreren mondjesmaat. Want als je een afwijking constateert, geeft dat stagnatie. Dan moet er een kabel- of leidingeigenaar komen kijken, inmeten en voor je het weet kun je niet verder. Zo’n vertraging wordt bijna niet betaald. Je werkt er dus vaak liever een beetje omheen en meldt het niet. Met als gevolg dat de registratie ook niet op orde komt.

Zo lang het melden van afwijkingen als bedreigend wordt gezien, hou je elkaar gegijzeld. Ik pleit er dan ook voor om meldingen van afwijkingen te zien als kans. Je hebt minder schade, je bespaart kosten en je kunt er soms zelfs proactief werk uithalen door foute situaties op te lossen. Ben je op tijd, dan kun je in ieder geval nog over de prijs onderhandelen. Bij design & construct contracten heb je die ellende echter vaak al binnenboord gehaald; je kunt dan veel moeilijker met afwijkingen terecht bij de opdrachtgever. Juist dan is het zaak om het project slimmer voor te bereiden. Een proefsleuf graven en de grondradar toepassen vergt een voorinvestering van een paar duizend euro, maar ik weet zeker dat dit bij grote projecten onder de streep geld oplevert. Je kunt je omgeving beter managen als je weet wat er onder de grond ligt. Je wordt niet meer verrast door kabelschades. En je hoeft niet meer ter plekke oplossingen te verzinnen terwijl je al aan het graven bent.

ILT (Integrale Leidingentunnel)
Een nieuwe ontwikkeling is veelbelovend: het samenvoegen van alle kabels en leidingen in een tunnel. In Amsterdam en Den Haag zijn al dergelijke tunnels aangelegd, met putten zodat je erbij kunt. Vooral bij grote winkelcentra of stations is dat aantrekkelijk, omdat de grond daar niet zo maar kan worden opengebroken. Graafschade wordt daarmee voorkomen en de risico’s zijn beter te managen, want de omgeving is geconditioneerd. Je kunt zo’n tunnel namelijk goed inspecteren en tijdig ingrijpen indien noodzakelijk. Met kabels en leidingen in de grond is het maar afwachten tot het mis gaat.

Een tunnel kost wel wat. Op lange termijn levert hij weliswaar geld op, maar de kosten en baten zijn onevenredig verdeeld. Het zijn vooral de leidingeigenaren die op korte termijn profiteren, want zij hoeven niet meer te graven. Projectontwikelaars/eigenaren hebben er ook profijt van, omdat de grond meer waard wordt. En de gemeente? Die draagt de kosten. Het is dan ook aan de politiek om te beslissen of het de investering waard is en dan vooral gezien vanuit het maatschappelijk belang.

Infrastructuur | Ondergrondse infra | Kabels & leidingen

6 reacties

  1. onelonely -

    Interessant stuk! Kan een bouwer zich overigens verzekeren tegen “graafschade”?

  2. Leen van Bloois -

    Ons bureau zou hier graag in adviseren gezien onze ruime ervaring met deze problematiek in o.a. het Rotterdamse Havengebied.

  3. Jack -

    Kijk eens naar de gemeente Rotterdam, die heeft tot op de centimeter nauwkeurig in kaart wat waar ligt en je krijgt als aannemer pas een graafvergunning als je de tekeningen hebt opgehaald en de gemeente akkoord geeft. Als elke gemeente het zo organiseert zijn tunnels overbodig.

  4. LPijls -

    Binnen de Pipelineropleiding loopt op dit moment een master thesisonderzoek betreffende totstandkomingsbarrières (regie, beheerverantwoordelijke, kostenvereling) voor ILT’s in stedelijk gebied. Onderzoek wordt uitgevoerd door Kees de Heus (Nuon Warmte)

  5. leo -

    helder stuk; het registreren van afwijkingen is idd een groot gemis; waarom geen bonus aan de aannemer die dit meld; nu levert hem dit alleen maar stagnatie op

  6. Pingback: Aardappelinvasie in de bouw _overruimte

plaats een reactie