Defensiemuseum Heijmans_635x300

Tender als een wapenwedloop

Als bouwer succesvol een museum runnen, kan dat? Het Ministerie van Defensie, de Rijksgebouwendienst en Heijmans zijn ervan overtuigd. Daarom kreeg Heijmans onlangs de opdracht om het nieuwe Nationaal Militair Museum (NMM) in Soesterberg te gaan realiseren én een kwart eeuw lang te exploiteren, dit alles tegen een vaste vergoeding uitgesmeerd over de exploitatieperiode. Op 8 mei jl. werd in een feestelijke bijeenkomst de zogenaamde DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain & Operate) overeenkomst ondertekend waarin dit alles is vastgelegd. Zo’n geïntegreerd contract is een vorm van PPS (Publiek, Private Samenwerking) die steeds vaker door de overheid wordt gehanteerd voor complexe projecten.

Je moet wel erg zeker van je zaak zijn, wil je zo’n contract aannemen. We willen er immers ook nog een boterham mee kunnen verdienen. En wat weten we bij Heijmans nou van musea? We zijn dan ook zeker niet over één nacht ijs gegaan. We hebben ruim een jaar aan ons plan voor het NMM gewerkt, met een team van ruim honderd mensen. We hebben gesproken met allerlei mensen zoals experts uit de museumwereld tot en met tot diverse oud gedienden uit de Defensie organisatie. We hebben ons laten inspireren door diverse andere musea tot soms ook ver over de grenzen. En we hebben vooral goed geluisterd naar onze klant, het Ministerie van Defensie.
Uitdaging was om de complexe vraag van onze klant samen te brengen in een integraal plan. Het mooie van deze tender was dat vrijwel alle disciplines binnen Heijmans (utiliteitsbouw, techniek en sport & groen) hebben samengewerkt in dit plan. Daarnaast hebben we nog vele expertisegebieden van buiten Heijmans aangehaakt: van museale inrichting tot en met catering.

In het NMM wil Defensie het belang van de krijgsmacht laten zien en welke rol deze speelt in de maatschappij: van internationale vredesmissies tot hulp bij rampen en van het vertegenwoordigen van Nederlandse economische belangen in het buitenland tot technologische ontwikkelingen die we inmiddels onmisbaar vinden. Verder laat het NMM ook zien welke rol de krijgsmacht heeft gespeeld in de ontwikkeling van Nederland als natie.

Leven en dood
In het NMM komen de collecties samen van zowel het huidige luchtmachtmuseum in Soesterberg als het legermuseum in Delft. Defensie verwacht dat het nieuwe museum zo’n 200.000 bezoekers per jaar trekt. Hierbij richt het NMM zich op een brede doelgroep zoals gezinnen, schoolklassen, defensie-experts en oudgedienden. Ter vergelijking: het Spoorwegmuseum in Utrecht trekt jaarlijks 300.000 bezoekers. Ondanks het streven om een groot publiek aan te spreken, moet het NMM in geen geval een pretpark worden. Disneyficering  is uitgesloten! Het mag wel indrukwekkend en uitdagend zijn.  Maar het gaat ook om een serieus onderwerp, letterlijk een kwestie van leven en dood, dat met respect zal worden benaderd. Tegenover spectaculaire films in 3D en live demonstraties met tanks wordt ook aandacht gegeven aan belangrijke plekken zoals een stiltetuin, een appèlplaats en een monument voor de gevallenen.

We gaan het merendeel van de oude hangars op het 45 ha grote terrein van vliegbasis Soesterberg slopen. Een paar historische gebouwen gaan we restaureren en krijgen een specifieke functie binnen het museumconcept. Het museumgebouw zelf realiseren we van de grond af aan. Het concept blinkt uit in eenvoud. Het gebouw bestaat uit een groot dak van 240 bij 100 meter waaronder vrij indeelbare ruimten en een buitenexpositie worden ontwikkeld. Het gebouw is rondom voorzien van een glazen wand waardoor er vanuit het gebouw zicht is op het prachtige landschap. Om de diverse grote objecten te kunnen huisvesten is de binnenruimte zo’n 13 meter hoog. Ankerpunt voor zowel gebouw als gebied is een hoge uitkijktoren van waaruit je zelfs de Dom in Utrecht nog kan zien. De beleving start voor de bezoekers meteen al bij de entree: omdat je op een hoogte van vijf meter binnenkomt heeft iedereen meteen een spectaculair uitzicht over de collectie. Binnen kunnen de bezoekers thematische  tentoonstellingen bekijken over bijvoorbeeld de krijgsmacht en de Nederlandse geschiedenis. Hier zijn veelal ook de wat kleinere en kwetsbare collectiestukken te zien zoals uniformen en medailles. In de middelenhal staan de grotere objecten zoals vliegtuigen, tanks en kannonen. Op het educatieve eiland leren kinderen meer over de achtergrond van de krijgsmacht. Op deze plek mag alles worden aangeraakt en zijn er veel interactieve spelelementen. Dit alles wordt omlijst met een door onszelf ontwikkeld hospitality concept. Het NMM is een publieksmuseum waar de bezoeker centraal staat.

Prikkel
Defensie heeft de ingediende plannen beoordeeld op het gebied van architectuur, landschappelijke inpassing en museale inrichting. Daarbij scoorden we in totaal op 97% van de kwaliteitscriteria. De twee concurrerende consortia lieten we daarmee ver achter ons. Uniek aan deze opgave was dat er alleen maar op kwaliteit kon worden gescoord en niet op prijs. Er was door Defensie een plafondprijs vastgesteld, waarbij aanbieders geen extra punten konden binnenhalen door voor een lagere prijs in te schrijven. Defensie heeft hierbij als klant geen oplossingen voorgeschreven, maar alleen diverse functie-eisen gesteld. Hiermee heeft Defensie de marktpartijen maximaal de ruimte gegeven voor creatieve en integrale oplossingen. De uitvraag was daarbij zodanig vormgegeven dat op basis van de biedingen Defensie exact weet wat ze gaan krijgen.

In ons plan leveren we dus een volledig ingericht museum en landschapspark op dat we gedurende 25 jaar gaan onderhouden en zullen voorzien van diensten zoals catering, beveiliging en schoonmaak. We leveren daarmee niet de spreekwoordelijke ‘stapel stenen’ (of in dit geval een stalen constructie met glas), maar een ‘dienst’. Deze dienst bestaat uit een volledig uitgerust en werkend museum met landschapspark voorzien van alle comfort en gemakken. We worden ook als dienstverlener afgerekend: we krijgen, na oplevering van het complex, over 25 jaar elke maand een bepaalde vergoeding voor deze dienst. Als we daarbij niet aan bepaalde prestatie-eisen voldoen, zullen wij worden gekort op deze vergoeding. Kortom: de klant weet precies wat hij krijgt en wij hebben de prikkel om optimaal presteren over een langere tijd.

Dezelfde werkwijze is natuurlijk ook toe te passen voor andere projecten, waarbij een gebouw of een weg gekoppeld wordt aan een beheer-, exploitatie- en onderhoudscontract.  Voor ons is het interessant omdat we als kennisgedreven organisatie niet alleen alle nodige disciplines in huis hebben, maar ook het vermogen bezitten om onze creativiteit te organiseren. Ons onderscheidend vermogen gaat daarmee in toenemende mate in onze kwaliteitspropositie zitten en het goed kunnen vertalen van klantwensen naar een aansprekend plan.

Goed plan
We wisten dat we een goed plan hadden, waarmee we hoog zouden moeten kunnen scoren. Toch bleef het tot het laatste verlossende telefoontje spannend of wij deze opdracht zouden krijgen. Je kent de plannen van je concurrent immers niet. Een tender is een wapenwedloop, waarin alle partijen hun best doen om de ander af te troeven. Dat gaat ver. Zo hadden we ons concept al in een vroegtijdig stadium klaar. Vervolgens hebben we driekwart jaar besteed aan het uitwerken van de detaillering. Het resultaat is een loeizwaar tweedelig boekwerk met 1.200 pagina’s op A3 formaat.

Natuurlijk hebben we daar zelf voor gekozen. En natuurlijk wil een klant die flink investeert, weten wat hij krijgt. Een kritische kanttekening hierbij wel is dat er steeds een goede balans moet zijn tussen de uitvraag en de wijze waarop je in de bieding daar antwoord op geeft. Alle partijen gaan behoorlijk gedetailleerd in op de uitvraag. Daarmee zijn deze tenders bijzonder kostbaarder. We moeten als branche samen met de aanbesteders kritisch blijven om dit proces verder te optimaliseren.

Voor nu: de voorbereidingen voor het NMM zijn inmiddels in volle gang …. In najaar 2014 gaan de deuren open voor het publiek!

Aanbesteden | PPS | Defensie

3 reacties

  1. Rico Angerman -

    Geachte mensen,

    Na het bestuderen van al dit moois (!) kom ik tot de conclusie dat de waarde van oud vliegbasis Soesterberg, maar ook de Historie van de Bakermat teniet wordt gedaan door het veelal ophangen van toestellen. Hierdoor krijg je sterk de indruk verplicht naar boven te moeten kijken, maar na 3 x daar zat van wordt en verder loopt. Soesterberg is van oudsher een Vliegbasis geweest van groot belang. Ik, en vele met mij, zien met lede ogen aan dat er een fusie is ontstaan tussen de landmacht en Militaire Luchtvaart museum. Prima, en wellicht ook noodzakelijk in deze tijden… maar vind wel dat de Luchtvaart centraal moet staan in het museum…. en ben van mening dat met deze opzet dit niet het geval is. Hoop dat daar serieus over nagedacht gaat worden, anders zal de luchtvaart afdeling in dit museum een “tweede”plaats krijgen, wat gezien lokatie en historie van de Nederlandse luchtvaart niet waardig is.

    Mvg,

    Rico Angerman,
    oud KLu militair én vrijwilliger MLM

  2. Soesterberg Spotting Group -

    Als voorzitter van de vliegtuigspottergroep die Soesterberg na het sluiten van de basis nog steeds kent, deel ik de mening van dhr. Angerman. Wij als vliegtuigspotters volgen vanaf het moment van de sluiting van de vliegbasis alle projecten op de vliegbasis, dus ook het nieuwe museum, van een luchtvaart museum naar een defensie museum is een stap die gaat leiden tot te weinig ruimte voor het opstellen van de vliegtuigen, dus die krijgen dan vanuit de architect gezien vaak een plaatsje aan het plafond, doe dat vooral niet zoals in het museum in Brussel cq Sinsheim, maar beid voldoende ruimte ook op de grond voor de toestellen en zorg voor voldoende fotografeer ruimte.

    R. van Merkhoven
    voorzitter Soesterberg Spotting Group SGHK

  3. joop klepzeiker -

    Ken uw geschiedenis:
    Bron: wikipedia:
    zoekterm: Koninklijke Luchtmacht.

    De luchtmacht is voortgekomen uit de Luchtvaartafdeeling (LVA) van de Koninklijke Landmacht, die op 1 juli 1913 op de vliegbasis Soesterberg werd opgericht. Op 1 juli 1939 werd de LVA omgevormd tot de Luchtvaartbrigade. Op 26 juli 1944 werd in Londen het Directoraat Nederlandse Luchtstrijdkrachten opgericht. In 1947 werd een Chef Luchtmachtstaf aangesteld en op 11 maart 1953 werd de luchtmacht erkend als zelfstandig krijgsmachtonderdeel.

plaats een reactie