Heijmans_Blog_Cultuuromslag(635X300)

Cultuuromslag tegen wil en dank

Een terugblik op de bouw vanuit het jaar 2030

2008: Lehman Brothers ging failliet. Een cruciale dominosteen in de wereldwijde economie, zo bleek later. De financiële crisis werd een bancaire- en consumentencrisis. Een huis kopen niet langer het heersende ideaal, lenen niet langer een gewoontegoed. Overheid en bedrijfsleven ontdekten gezamenlijke belangen om te zorgen voor goede wegen, onderwijs, zorg en cultuur. PPS en maincontracting noemden we dat aan het begin van de 21e eeuw. Tezamen met de crisis is dat volgens mij een goede basis om tot nieuwe ideeën te komen.

Focus op competenties
En de bouwsector? Die werd gedwongen, aanvankelijk met frisse tegenzin, zijn productiegerichtheid los te laten en te focussen op een andere inzet van competenties. Bouwbedrijven gingen zich specialiseren in een beperkt aantal thema’s, zoals mobiliteit, total care en urban living. De branche had echter grote moeite met de mondigheid van eindgebruikers. Technische antwoorden op vragen die gingen over comfort, veiligheid, duurzaamheid en welzijn leidden tot een groeiend wederzijds onbegrip en frustratie.

Het was onvermijdelijk en toch waren er nog tal van bouwbedrijven te vastgeroest in hun tradities om daarin mee te kunnen bewegen. Ze verzuimden om hun personeelsbestand aan te passen via omscholing of werving. Partijen die sec vanuit techniek bleven redeneren zagen de huizenverkoop aan particulieren kelderen. Hun rol bij ontwikkelingen van commerciële en maatschappelijke gebouwen kalfde af en infraprojecten gingen aan hun neus voorbij omdat ze niet in staat waren actief en constructief om te gaan met de omgeving.

Alleen bouwbedrijven die in het begin van deze eeuw lieten blijken behoeften in de maatschappij te doorgronden en technieken aan elkaar wisten te koppelen, kwamen nog in aanmerking voor de uitdagende projecten. De jaren tien van de 21e eeuw bleken achteraf bepalend voor de bouwsector.

De combinatie van steeds complexer wordende gebouwen en installaties en een grotere behoefte aan flexibiliteit en efficiency, dwong bouwbedrijven om integratie ver door te voeren. Efficiënt werken met dezelfde mate of zelfs een grotere veiligheid, meer comfort en duurzaamheid werden mogelijk door een intensievere samenwerking binnen de keten en de integratie van ondersteunende technologie, zoals 3D BIM en 3D printing in het bouwproces.

Alleen grotere bouwbedrijven waren daartoe in staat. Samen met financiers vormden ze conglomeraten die antwoorden konden bieden op de maatschappelijke vraagstukken. Daarnaast bestond een veelheid aan kleinere bedrijven die voorzagen in de behoefte aan specialistische kennis en flexibele arbeid. Ongeveer tien jaar na de start van de crisis was het landschap van de sector onherkenbaar veranderd.

Delen: het nieuwe hebben
En toen kwam daar nog een ingrijpende maatschappelijke cultuuromslag bij die niemand in de oude generatie babyboomers ooit voor mogelijk had gehouden: het naderende einde van bezit. Voor de jongere generaties is delen het nieuwe hebben. Aan het begin van de 21e eeuw waren al bewegingen in die richting te zien, zoals car sharing en vakanties via AirBnB. Toen de twintigers van toen eenmaal op bepalende posities zaten en een grote middenklasse vormden, bepaalden zij hoe bedrijven en particulieren tegen bezit aankeken. Een eigen auto bijvoorbeeld, is rond die tijd een uitzondering in Nederland. Een elektrische auto is goedkoop per kilometer, maar staat te veel stil om de forse investering te rechtvaardigen. Tenzij er sprake is van gedeeld bezit.

Eind jaren tien leidde een sterke economische opleving tot overvolle wegen en een aaneenrijging van filerecords. Alle ontwikkelingen versnelden de omschakeling naar individuele voertuigen die per rit konden worden gehuurd. De NS en ANWB fuseerden na hun jarenlange inspanningen om openbaar- en autovervoer strak op elkaar aan te laten sluiten. Een handvol bouwbedrijven kreeg meerjarige onderhouds- en beheercontracten voor de mobiliteitsinfrastructuur.

Twee bewegingen
De woningmarkt is eveneens in rap tempo veranderd, mede door het nieuwe hebben. De snelle vergrijzing eiste dat er ruimte werd gerealiseerd voor babyboomers die hun pensioen nog vitaal wilden doorbrengen. Tegelijkertijd bekeerden Nederlanders in de grote steden en krimpgebieden zich tot de familiewaarden van niet-West-Europese culturen; het werd normaal om in eigen huis oudere familieleden op te vangen. Bouwers moesten hierdoor op twee bewegingen tegelijkertijd inspelen. De vraag naar flexibiliteit in leefoplossingen veranderde snel. Er kwamen hybride vormen tussen koop en huur en woonabonnementen die ruimte boden voor modulaire aanpassing van het huis.

In sneltreinvaart paste de bouw zijn verdienmodel aan. De omzet werd meer en meer gegenereerd uit langere betrokkenheid bij projecten en constantere inkomstenstromen. Dit heeft het voordeel dat er een veel minder risicovolle projectfinanciering nodig is. Het vereist echter wel een lange adem en draagkracht die maar weinig partijen kunnen opbrengen. Alleen partijen die technisch, sociaal en commercieel vernuft weten te verweven, blijven volgens mij overeind.

De bouw in 2030 lijkt in niets op de sector die in 2008 als een konijn wezenloos in de aanstormende koplampen van de crisis staarde. Productie wordt ingezet om maatschappelijke vraagstukken te beantwoorden. Het doel is niet langer sec productie om de productie. Technieken zijn geïntegreerd, er zijn nieuwe partnerships gesmeed, kennis wordt vrijelijk gedeeld. Terugkijkend kan ik zeggen dat we geluk hebben gehad dat we dit in 2012 al konden zien aankomen. Het was bepalend voor onze solide toekomst, ook na 2030.

Bouwcultuur

4 reacties

  1. Gilbert -

    Bert, wederom weer een goed stuk!
    Zelf ben ik van mening dat “delen” en de “sinuscurve” met elkaar verweven zijn, denk aan de flowerpower-periode of timesharing in de 80’s. Enkel de grenzen van ons delen worden beinvloed door de tijd waarin wij leven.
    Uiteraard een boeiend proces om te volgen om te zien waar het ons brengt; ik ben benieuwd hoe het nieuwe delen zich ontwikkeld in de woningmarkt (woonbundels?).

    Gilbert

  2. Maarten -

    Een heel aardige vooruitblik, complimenten.
    Er zijn echter nog meer bewegingen die ook geïntegreerd dienen te worden, zoals logistiek (niet vervoer, maar prefab bouw niet op de bouwplaats). Denk aan standaard onderdelen die in diverse modules in verschillende typen ingebouwd kunnen worden. IKEA en VWAG gaan daar als voorbeeld steeds verder in. Grootschalig denken maakt plaats voor bouwen op maat, individueel bepaald en geprijsd. Als we goed om ons heen kijken en brainstormen kunnen we veel trends voorspellen en tegen het licht van de (bouw)realiteit houden. Bedenk daarnaast dat het achteraf allemaal zo voorspelbaar leek, maar dat we het vooraf ook allemaal niet zagen. En alles, werkelijk alles, heeft invloed op elkaar.

    Dat ‘delen’ het nieuwe ‘bezit’ gaat worden zou heel mooi zijn, echter als ik zie hoe we nu met elkaars of gezamenlijke eigendommen omgaan en de steeds verder doorslaande individualiteit (lees: egoïsme en egocentrisme) het heft steeds meer in handen neemt, lijkt me dat meer een dagdroom dan toekomstige (18 jaar!) werkelijkheid.
    Dat kennis de toekomst heeft, belijden we louter met de mond, maar niet in daden. Het particuliere gebruik van allerhande (technische) toepassingen maakt steeds minder kennis nodig en verminderd daarmee ook de waarde van kennis.

    Zo zijn er vele trends te benoemen, die vaak ook nog eens tegengesteld werken. Op korte termijn kunnen we redelijk (c.p.) voorspellen, zodra die termijn langer wordt (laten we zeggen een jaar of 10) wordt dat al een heel stuk lastiger: Vrijwel niemand bij Philips kon in 2003 voorspellen dat de Softtone lamp in 2013 niet meer in de EU verkocht zou worden… Dan hadden we nu namelijk vast wel werkende en betaalbare alternatieven gehad!

    Maarten

  3. Shiva von Stetten -

    Zeker een boeiend scenario vooral wat betreft “Delen = het nieuwe hebben”. Uitgaand van dit scenario vraag ik me af hoe de toekomstige medewerker hiermee omgaat. “Delen=het nieuwe hebben” begint immers met mentale verandering bij jezelf. Volgens mij kan dit vooral lukken als de materiële kant in de pyramide van Maslov (schaarste of angst voor schaarste) minder belangrijk wordt en hierdoor ruimte ontstaat voor meer bewust – zijn. Kort samengevat: 2030 begint in het hier & nu. Ik sta er open voor. Wie doet mee?

  4. Jochem spaninks -

    Ik las het stuk als dat het vandaag was. Een toekomst die we kunnen behalen dus. In 2002 behaald ik mijn HTS diploma. Ik was echter van mening dat ik niet in de bouw wilde werken. Ik studeerde door en werd universitair opgeleid tot bedrijfswetenschapper. In de tussen liggende tijd was de bouw dusdanig veranderd, dat innovatie en vernieuwing gewaardeerd werden. Ik solliciteerde en werd aangenomen voor een bedrijfskundige opdracht. ik weet zeker dat voor 2006 dit niet was gebeurd en men had gedacht “bedrijfskunde, wat moeten we daarmee”. voor mij illustreerde dat de verandering die de bouw had doorgemaakt en waardoor ik zeker wel in deze fascinerende omgeving wilde werken. Tot op de dag van vandaag heb ik mij ei goed kwijt kunnen raken in integrale projecten, verbeterprojecten en implementaties van nieuwe culturen. De ervaring leert nog wel dat het waarderen van “bedrijfskundige” kennis, lastig te plaatsen is naast de “oude rot” met de technische achtergrond en kennis.
    bovendien: wie niet kan delen, kan ook niet vermenigvuldigen.

plaats een reactie