overruimte - studio lakmoes-3-01

Van tussenruimte naar drager

Niet een ruimte die ‘toevallig’ tussen gebouwen ligt, maar een levendige drager voor de stad en de mensen. Dat is hoe ik de publieke ruimte zie. Jammer genoeg is dit beeld nog geen werkelijkheid. De publieke ruimte staat onder druk, zeker nu het traditionele rollenspel in de stedelijke ontwikkeling in hoog tempo verandert. De overheid trekt zich terug, het idee van welstand verzwakt en het geld is op. De strak geregisseerde planningstraditie die Nederland zo herkenbaar maakte, nadert een einde. Toch zie ik hier ook kansen verschijnen. Bewoners krijgen meer bewegingsruimte om de publieke ruimte te beïnvloeden. En daarin ligt het vooruitzicht besloten op een collectieve ruimte; een ruimte die leeft en die verder gaat dan enkel esthetiek.

Deze bewegingsruimte groeit doordat de focus van de ruimtelijke opgave verschuift. We bouwen steeds minder nieuwe wijken in de weilanden, maar we verdichten, herstructureren en plegen ‘archipunctuur’ in het bestaand stedelijk weefsel. In tegenstelling tot de tabula rasa-planning heeft deze nieuwe benadering de potentie om een authentieke en daarmee duurzamere leefomgeving te bewerkstelligen. En hierbij krijgen bewoners de kans om een belangrijke positie in te nemen. Want waar een koe stilzwijgend toekijkt hoe haar grasland verandert in een woonwijk, geldt dit niet voor burgers.

Maar ook al krijgt de bewoner de kans om het heft in handen te nemen en actie te ondernemen in de buitenruimte, het is nog altijd aan hem zelf om het op te pakken. Daarvoor ontstaan steeds meer verschillende samenwerkingsvormen, zoals collectief particulier opdrachtgeverschap. Groepen mensen werken ‘bottom-up’ samen met professionals aan een fijne leefomgeving, waarbij ze vertrekken van een gemeenschappelijke doelstelling. Dit kan een belangrijke kwaliteitssprong opleveren. Dit gezamenlijke doel geeft vorm aan de collectieve ruimte, die de drager vormt van het plan. Daarbinnen krijgen de private invullingen een plek. Hierdoor is het mogelijk samen een plan te maken dat het individuele belang overstijgt, zonder daaraan tekort te doen. Helaas bevinden dit soort CPO-initiatieven zich nog in een niche. Een breed gedragen gevoel van verbondenheid bij de openbare ruimte ontbreekt in veel ‘gangbare’ projecten. Deze betrokkenheid zou in de vezels van elke speler in de stedelijke ontwikkeling moeten komen te zitten.

Ik wil graag aanzetten tot bewustwording over de vrijheid die er is om de publieke ruimte toe te eigenen en tegelijkertijd hier een collectieve ruimte van te maken. Die kans kreeg ik toen ik een uitnodiging ontving om mee te denken over de buitententoonstelling van het Erasmusfestival, een evenement over vrijheid en tolerantie. Dit vond plaats op het Groot Ziekengasthuisterrein, een binnenstedelijk gebied dat zijn ziekenhuisfunctie heeft verloren en momenteel verandert in een nieuw stadsdeel. De openbare buitenruimte moet hier werken als de drager van het plan. Met een 3D-projectie is tijdens het festival verbeeld hoe het gebied door de geschiedenis heen is veranderd en wat de toekomstplannen kunnen bieden. Tegelijkertijd liet deze projectie ook zien dat er vrijheid is om samen aan de stad te werken. Hopelijk wordt deze gedachte opgepakt. Want daarin ligt volgens mij de sleutel tot een levende collectieve buitenruimte.

Openbare ruimte | Collectief

plaats een reactie